Een hoofd vol terreur

Het is de vierde auto in de rij, de zwarte Peugeot met de gedeukte deur en de kromme antenne. Nog tien stappen. Als ik er voorbij wandel, ontploft hij, een zee van vuur, een verschroeiende hitte en een gigantische luchtverplaatsing. Ik word door het raam van een huis geslingerd, verbrand vanbinnen, word uiteengereten. Het zal weken duren voor al mijn lichaamsdelen zijn teruggevonden en geborgen. Ik ben niets, ik ben de toevallige voorbijganger.

Maar neen, er gebeurt niks als ik de auto passeer. De bom gaat pas af wanneer ik al aan het einde van de straat ben. De drukgolf gooit mij als een slappe pop keihard tegen een gevel aan. Duizenden glassplinters snijden in mijn huid, mijn botten kraken, ik hoor niks, ik zie niks. Ik lig tegen een hoop stenen aan en voel kleverig warm bloed stromen, mijn bloed. De pijn is ondraaglijk, ik krijs, ik verdwijn in een zwart gat. Voor de rest van mijn leven zit ik in een rolstoel en ben ik blind.

9

Ik ben een jaar of negen en kijk televisie. Ik zie een weiland met grazende koeien, op de achtergrond staat een passagierstrein stil op de sporen. Die trein staat er al enkele dagen. In de trein zitten passagiers opgesloten. Ik stel mij voor dat zij bang zijn, onzeker en willoos overgeleverd aan enkele zwaar bewapende Zuid-Molukkers. Wat de kapers precies willen, ontgaat mij, maar zij schoten de machinist meteen dood toen zij aan boord kwamen. Vandaag hebben zij nog twee mensen gedood.

Hoe zou dat dan gaan? Je zit in die trein, nog altijd op dezelfde plaats als toen de trein het station uitreed en je je verheugde op het bezoek aan de zoo, die mannen lopen door het gangpad, wijzen jou aan en vragen met gedempte stem of je even wil meekomen? Nee, waarschijnlijk sleuren ze je met geweld uit je stoel. Wat doe je dan? Ga je gedwee mee, verlamd door angst of pleeg je paniekerig verzet?  Misschien laten ze je knielen zoals in de politiefilms en schieten je dan een kogel door je hoofd. Het zou ook kunnen dat je tegen een muur moet staan, een laatste wens mag doen en dan wordt gefusilleerd. Vegen zij achteraf bloed, stukjes schedel en klodders hersenen op, of blijven die hangen op de muur en de vloer?

De twee dode passagiers worden uit de trein gegooid, als vuilniszakken. De lichamen blijven dagenlang in de berm liggen.
De kapers willen nog een man executeren, maar hij springt uit de trein en houdt zich voor dood op de grond. Later krabbelt hij recht en zet het op een lopen. Een slimmigheidje of een wanhoopsdaad?

Gedurende de periode van de kaping roest het besef vast dat je op een doodgewone trein kan komen vast te zitten, overgeleverd aan de willekeur van enkele fanatiekelingen met wapens. Misschien overleef je het, misschien niet.

12

Ik ben twaalf en ik ben waakzaam. Vooral ’s avonds en ’s nachts. Voor ik ga slapen, controleer ik of mama en papa de deuren wel goed op slot deden. Zij moeten ook beloven dat ze voor niemand opendoen, want zij zijn op de vlucht. Het zijn twee mannen, misschien drie, zoveel weet de politie al.
De mama van een speelkameraad uit de straat weet dat het wreed is geweest, met veel bloed en vijf lijken. Dat die mensen erg veel schrik moeten hebben gehad. En dat die gangsters onmensen zijn.
De vader hebben ze in de garage gedood, de anderen hebben zij meegenomen naar de kelder en daar in koelen bloede afgeschoten als beesten. Zouden ze ook gekrijst hebben als beesten, of blijf je stil als je wordt gedood? En doet dat pijn, een kogel door je hart?

Het vermoorde meisje was dertien, ik ben twaalf. En het is hier gebeurd, in Sint-Amandsberg, op drie kilometer van ons huis. Mama zegt dat ze niet naar ons gaan komen. Maar dat kan zij toch niet weten? Daarom waak ik ’s nachts. Ik slaap niet, ik waak. Ook overdag op straat ben ik op mijn hoede. Wie weet schieten ze ook mensen dood op straat. De weg naar school leg ik af door van de ene haag naar het volgende portiek te sluipen en te rennen. Wat als ze naar onze school komen om ons allemaal dood te schieten?  In de straat kan niemand er van slapen, de meisjes niet en de jongens ook niet. Ook grote Peter niet en die is anders nergens bang van. Als we dan toch slapen, hebben we nachtmerries over moordenaars die je meenemen naar de kelder en de loop van een revolver in je mond steken en dan schieten. Hoe gaan ze dat doen bij ons? Wij hebben geen kelder. En gaan ze Smokey en Nimrod laten leven?

Twee dagen later worden ze opgepakt (de gangsters, niet de poezen). Zij hebben een Franse naam, maar die met de zonnebril is een Belg. Zij worden opgesloten, wij kunnen weer slapen.

13

De trein dendert van Milaan naar Firenze. Ik lees Less Than Zero, mijn reisgenoot dommelt, onze rugzakken liggen te schudden in het bagagerek. De trein rolt het station van Bologna binnen. Hier moeten we overstappen. Ik wek mijn reisgenoot. We snoeren onze rugzakken om en stappen de trein uit. Het is bloedheet, hier al, dat belooft als we verder naar het zuiden reizen. Onze trein gaat pas over een uur. Het is te warm om op het perron te wachten. In de wachtzaal is het erg druk, er is airconditioning en de reizigers zoeken hier verkoeling. Alle banken zijn volzet, we gaan op de grond zitten, tegen de muur. Mijn reisgenoot gaat op zoek naar een drankautomaat. Ik kijk mensen.

Er is een felle lichtflits, geschreeuw, vuur, een man valt zwaar op mij en plet mij tegen de leuning van de bank. Mijn oren tuiten. Meer geschreeuw. Zware stenen vallen op mijn hoofd. Het licht gaat uit. Het instortende dak van het station verplettert iedereen die nog niet is omgekomen door de ontploffing. Vijfentachtig onschuldige mensen worden geslachtofferd voor het grotere goed van extreem rechts of extreem links.

Het gebeurde toen ik dertien was, maar als ik vijf jaar later op de trein van Milaan naar Firenze het station van Bologna voorbijrijd, zinderen de beelden nog na van puin en verwrongen staal, van menselijke resten onder het ingestorte gebouw, van een lijk onder treinwagons. Zoveel zinloze doden.

16

Om boodschappen naar de supermarkt? Niks van, ik niet, ik ben niet gek. Ik laat mij op mijn zestiende niet aan flarden schieten voor een papieren zak met boodschappen. En je weet nooit waar en wanneer ze nu zullen binnenvallen, de Reus voorop, vuur spuwend uit zijn riotgun. Zij opereren in commandostijl en willen maar één ding: moorden. Zij dragen carnavalsmaskers om het doden een wrange bijsmaak te geven. Zij brengen de dood koelbloedig en systematisch. Iedereen moet op de grond gaan liggen of knielen. Wie toevallig in het schootsveld loopt, wordt kapotgeschoten. Wie niet onmiddellijk gehoorzaamt, wordt neergemaaid. Overal is bloed, angst, ontreddering … Een tienerjongen dient als menselijk schild. Zou die ooit nog slapen? Zou die nog normaal worden?

De actie verloopt razendsnel, je hebt geen tijd om na te denken, te vluchten of je te verstoppen. Jij bent daar, op dat moment, op die plek; zij schieten en het is gedaan. Op de parking executeren zij nog een willekeurig iemand, springen in hun Golf GTi en razen weg. Op naar de volgende supermarkt waar ze de slachting nog eens overdoen, waar ze een slachtoffer dat op de parking ligt te bloeden een genadeschot geven, waar ze een kassierster die haar kassa niet open krijgt door het hoofd schieten, waar ze nog meer angst en terreur zaaien.

Zij laten een heel land verbijsterd en in angst gehuld achter. En we hebben al weinig ademruimte. We worden al een tijdje geteisterd door de politiekgeïnspireerde aanslagen van de CCC. Met hun bomaanslagen die zij meestal op voorhand aankondigen plegen ze dan wel geen gratuit geweld zoals de Bende van Nijvel, maar er vallen evengoed doden en gewonden. En het geeft evengoed het idee dat je nergens veilig bent.

18

De bom zit misschien niet verstopt in de auto, maar in een vuilnisbak. Of in die rugzak daar, achtergelaten tussen de boekenrekken in de bibliotheek door iemand die dood en verderf wil zaaien op gewone plaatsen. De bibliotheek, een boekhandel, een treinstation of een café. De fragmentatiebom gaat af en strooit loden bolletjes in het rond en spijkers en naalden. Door de kracht van de explosie worden het dodelijke projectielen die mijn lichaam doorzeven. Ik sterf er niet door. Ik stik door rook en vuur, want de bom heeft ook de hele bibliotheek in lichterlaaie gezet.

Ik ben achttien en ik ben op mijn hoede, loop onrustig door de gangen van de Parijse metro, blijf uit de buurt van vuilnisbakken, spied rond als ik mij in een winkel of een museum bevind. Op straat en in de metro krioelt het van de zwaar bewapende politiemensen en militairen. Parijs is een belegerde stad. Auto’s worden tegengehouden en doorzocht, de inzittenden gecontroleerd. Aan de ingang van een museum of winkelcentrum, wordt je rugzak binnenstebuiten gekeerd en word je gescand met een metaaldetector. De Champs Elysée, het Louvre, musée d’Orsay, Les Halles … overal heerst het onveiligheidsgevoel. Mijn zintuigen en zenuwen staan altijd op scherp.

 

Rue de Rennes – Parijs, 1985

Toevallige voorbijgangers werden zwaar verwond door de kleine loden kogeltjes van een vuilnisbakbom. Er zijn bommen ontploft in de Printemps en Galeries Lafayette, er zijn aanslagen geweest tegen een boekenwinkel, de FNAC, een politiekantoor, een discotheek, een café, een metrostation, de Eiffeltoren, de Arc de Triomphe, een postkantoor … Wij zijn weerloos, volledig weerloos.

26

Ik ben zesentwintig en la vita è bella, maar in Rome hangt deze zomer een zeer onaangename sfeer. Op elke straathoek staan carabinieri met mitrailleurs en pantserwagens. Je wordt met argusogen bekeken, je kan de spanning aflezen van het gezicht van de agenten. De maffia heeft in Milaan en Firenze bomauto’s laten exploderen. In het Uffizi is een krater van twee op drie meter geslaan, vijf mensen zijn gestorven, waaronder twee kinderen van 6 en 9.
Dat het gevaar nabij is, is wel duidelijk. Mijn toevallige Amerikaanse reisgenote en ikzelf laten ons niet al te veel afschrikken. In late zon hangen we rond op het piazza Navona. Wanneer ik nog maar drie stappen bij haar vandaan ben, zwermt er al gauw een horde Italianen om haar heen. Wespen rond een appeltaart. Twee van die Italiaanse jongens nodigen haar uit om Rome te verkennen, zij zullen haar de mooiste plekjes laten zien. Zij vraagt of ik ook meemag. Ik zie de teleurstelling op hun gezichten. Toch mag ik mee, als vijfde wiel aan de Fiat Cinquecento.

Wij zitten op de achterbank geprangd, met een rotvaart schieten rotondes, pleinen en nauwe straatjes voorbij. Giovanni rijdt met één hand aan het stuur, de andere hand losjes uit het raam bengelend. De jongens kwebbelen honderduit tegen haar. Ik word genegeerd.
Op een klein kruispunt, waar twee straten elkaar haaks kruisen, komt de rollercoaster even tot stilstand. Voor we goed beseffen wat er gebeurt, springen twee carabinieri tevoorschijn en duwen met een getrainde beweging én veel geschreeuw de loop van hun geweer door de open raampjes tegen de borst van Giovanni en het hoofd van Romeo. Op de achterbank slaakt de Amerikaanse reisgenote een gil. De soldaten snauwen bevelen naar de twee jongens die met trillende handen hun papieren overhandigen. Ik vraag mij af: wat als één van die militairen de trekker overhaalt? Die kogel gaat dan door Giovanni en de autostoel heen en heeft beslist nog genoeg kracht om mij dodelijk te verwonden. En als Romeo een kogel door z’n kop krijgt, zitten we dan straks onder het bloed en de smurrie? Er wordt hier niet normaal gepraat, het is één en al roepen, snauwen en snakken. En dan verdwijnen de soldaten, Giovanni gooit de auto in z’n achteruit en stuift het smalle straatje uit.

34

Zwarte September, Aboe Nidal , PLO, RAF, Het Lichtend Pad, Action Direct, CCC, Bende van Nijvel, Hamas, Baader Meinhof Grouppe, ETA, GIA, IRA … De groeperingen die terreur zaaiden in mijn jonge hoofd zijn ondertussen opgedoekt, opgerold of uitgestorven.
Het geweld van extreem links of rechts en diepgelovige bloedhonden gaat verder. Fanatici crashen vliegtuigen in de Twin Towers, ontvoeren mensen en verbranden hen levend, blazen auto’s, gebouwen en mensen op, executeren onschuldigen in de naam van … En zo krijgt elke generatie de zaden van terreur geplant, in het hoofd, right between the eyes.

 Epiloog

Onder de achterbank, de grote achterbank die over de hele breedte van de bus loopt en waar de kinderen graag zitten omdat de bus daar zo leuk wiebelt, daar zit de bom …

 


© David Van Bambost. Verspreiden of kopiëren op om het even welke manier is verboden zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s