Toen je tien was

Op woensdagochtend drinkt deze niet-zo-ploeter-papa altijd een koffie bij Clouds In My Coffee. Ben je vastgeroest als ze bij je koffieplek weten dat er een cappuccino mag aankomen als jij de deur openduwt? Misschien wel, maar ik geniet hier van de krant, de koffie en mijn equivalent van het Zweedse ‘fika’. Na de koffieklets volgen steevast bolognaiseboodschappen, de dertig graden was en een bezoek aan de doe-het-zelf-zaak of de dierenwinkel om nieuw hooi te halen voor onze knaagbeesten. Wat een vader lijden kan. Daarom: koffie, want de boog, hij kan niet altijd gespannen staan.

Na de koffieklets en de onnoemlijk spannende voormiddag, zo rond 11u50 komen uit de meute ouders en grootouders aan de schoolpoort mijn twee creaties tevoorschijn. En ik vind het keer op keer prachtig om hun gezichten te zien opdagen.
Zij wil bij een vriendinnetje gaan spelen en dat regel ik met de mama van het vriendinnetje. Op mijn zoon zijn gezicht lees ik iets af dat nog het best valt te omschrijven als hoogdringend ongeduld. Zijn ogen zijn groot als schoteltjes, vol verwachting en hoop en al van ver rolt er een hogesnelheidwoordenstroom uit zijn mond, het enige wat ik daarvan opvang is de afsluiter ‘Kom we zijn vlug weg’.
Ik zeg dat ik het niet heb begrepen wegens te ver en te vlug. Hij herhaalt aan hetzelfde tempo. In een wereld van wachten zou deze jongen het nog wel eens moeilijk kunnen krijgen. Uit zijn tweede woordenvloed vang ik op: ‘Minecraft’, ‘twee uur’ en ‘vriend’. Ik maak hem duidelijk dat er niemand mag komen spelen deze middag want dat er schoolwerk op het programma staat. Maar papa heeft het – weer eens – niet begrepen, er moet niemand komen spelen, hij wil om twee uur Minecraften. De communicatie tussen ouder en kind lijkt zich soms in twee afzonderlijke parallelle universums af te spelen. Na een rondje niet-zo-stevig onderhandelen krijgt hij toestemming om een uurtje te Minecraften. Om twee uur? Jaja, om twee uur, en daarna zeker Unité 8 en 9 leren.
Ik weet het wel, om opvoedkundig verantwoord te zijn, moeten de moetjes voor de magjes, maar spaar mij, ik ben ook maar een papa.

Waarom stipt om twee uur? Dat wordt duidelijk stipt om twee uur. Vanuit de keuken sla ik hem ongezien gade. Hij vat post voor de computer, klikt, klikt nog wat, tikt tweevingerig één en ander in en leunt dan tevreden achterover. ‘Rik*, ben je er?’ De bekende stem van het vriendje komt hol van de andere kant van het internet, ‘Ja, ik ben er en ik zie u, ziet gij mij?’
Ik sluip dichterbij met een half afgedroogde pan in mijn handen. Intrigerend vind ik dit. Het groen lichtje van de webcam brandt, ik zie twee geblokte mannetjes rondlopen in een Minecraftwereld. En ik zie een tienjarige die tegen de computer praat.

Mijn geheugen reikt niet zo heel ver, maar als ik even rondwaar in de mist van het verleden, komen er wel flarden terug. Ik weet niet wat u deed toen u tien was, maar ik zie mijzelf als tienjarige verwoed graaien in mijn Legowaspoederton op zoek naar dat ene stukje-van-drie dat ik nodig heb voor mijn onderzoeksboot. Ik speel de slag bij Little Bighorn na met woeste Playmobilindianen en omsingelde blauwbloezen.

Misschien ren ik door de gangen van ons Millennium Falcon-appartement, roepend van ‘tsjieuw tsjieuw tsjieuw’ met een peloton Stormtroopers op mijn hielen. Ik rijd op mijn blauwe fiets rondjes in de straat en laat een stokje muzikaal tikken tegen de spaken van het voorwiel. Tot het stokje afbreekt en mijn hand tussen de spaken terechtkomt. Ik ren met een vriendje door de brandnetels en het hoge gras. We achtervolgen boeven, hij met een plastic revolver, ik met mijn duim en wijsvinger in pistoolhouding want mijn ouders zingen van ‘Koop een Geweer’. Ik bouw een kamp met de bruine en paarse kussens van de sofa, ik train in knikkeren – dat is nodig als je de kluns van de speelplaats bent – ik probeer te rolschaatsen, wat slecht afloopt voor mijn knieën, ik draai en draai aan Rubiks kubus, zonder succes. Ik lig een hele zondagmiddag te lezen in Kruistocht In Spijkerbroek of Detective Blomkwist Leeft Gevaarlijk.

Met zaklamplezen onder de dekens en langer televisie kijken dan ik mocht als voornaamste verboden vruchten was mijn kindertijd beslist kinderlijk eenvoudig. Als ouders van nu moeten we bovenop al de rest ook nog het virtuele leven van onze kinderen reguleren en sturen. Dit is zeker geen pleidooi voor – overdadige – schermtijd, maar geef toe dat het toch bewonderenswaardig inventief is van enkele tienjarigen om via camchat te bespreken wat hun virtuele alter ego’s bouwen, ontginnen en spawnen. Hij speelt ondertussen virtueel samen met drie tot vijf vrienden. Als ouder heb je dan niet meer te blaffen dat computerspelletjes asociaal zijn, dat wel.

David Van Bambost


 * Om privacyredenen werden de namen in dit verhaal gewijzigd.
© David Van Bambost. Verspreiden of kopiëren op om het even welke manier is verboden zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s