Buitenspeeldag

Een merel tsjilpt. Een buurman schuurt. Verder is er buiten geen geluid. Geen joelende kinderen, geen gepiefpoefpaf, geen ‘Jij bent hem!’

Vrouwendag, gedichtendag, onnozele kinderkesdag. Veggiedag (of meteen 40 dagen zonder vlees), Wereldlepradag, dikketruiendag. Elk probleem zijn dagje. Internationale dag van de ijsbeer. Zou het beest het zelf weten? En Nationale Tulpendag. In Nederland natuurlijk. Maar Buitenspeeldag?

Mijn ouders moesten mij aan de poot van de keukentafel vastbinden of ik glipte naar buiten. Rubberlaarzen of kickers aan, korte broek en kawee, en de tuin in. Schommelen en in de zilverberk klimmen of op het dak van de buren hun garage, of duizend keer de voetbal tegen onze achtermuur knallen. Stresstest voor de ruit en ma&pa. 

Achter het gat in de haag lag een nog spannender wereld. Op braakliggende gronden speelde ik met vrienden Spel zonder grenzen en bouwde kampen in bomen. Aan een paar planken, wat fantasie en een roeste cementkuip hadden we genoeg. We voerden oorlog tegen Den Duits (IS bestond nog niet) in het hoge gras en tussen de brandnetels. Elke dag Buitenspeeldag. Geen bouwwerf was veilig voor ons, we kenden elk paard en schaap in de buurt, we trokken met onze fiets lange slipsporen in het voetpadgrind. En dan huilend naar huis met een bloedende knie vol gruis. Soms was er een ‘gevecht’ tegen die van de Paviljoenweg, op de zandberg naast het voetbalveld van FC White Star waar we ook illegaal voetbalden. Één keer betrapt geweest en de voetbal moeten afgeven aan de wijkagent (die – tussen haakjes – niet eens zo hard kon fietsen als wij).   

Onze gemeente fuseerde met de stad. In onze straat werden de braakliggende gronden volgebouwd. De paarden en schapen werden geslacht, de zandberg genivelleerd. Op die plek staat nu een clubhuis voor 55-plussers. Het voetbalveld werd een stereotiepe, fantasieloze speeltuin van dertien in een dozijn. 

Natuurlijk hangen onze kinderen te veel met hun gezicht tegen een iScherm geplakt. Het is goed om hen er attent op te maken dat ze daar moe van worden en een tabletnek of muispols riskeren. Maar er is ook nood aan ruimte, ongereglementeerde, ongeorganiseerde ruimte. Tijd voor een Dag tegen verkavelingsdrang me dunkt. 

Met groet,

David