Framboos

Dit is een onwaarschijnlijk verhaal. Over een framboos. Een onwaarschijnlijke framboos. En over dingen stuk maken. Maar dat komt later. Eerst de framboos.

We schrijven 25 oktober, herfst, de zon voert wanhopig strijd met laaghangende mist, de vorst regeert bij nacht. En toch, en toch prijkt er aan de frambozenstruik die wild woekert in de border van ons stadsterras nog een framboos. Een prachtige framboos.

Zij hangt daar fier en machtig rood aan haar stengeltje. Dauwdruppels doen haar glanzen en benadrukken haar perfecte bouw. Het ene bolletje past perfect in het volgende bolletje en zo heeft zich een welhaast koninklijke kegel gevormd. Heel onwaarschijnlijk hoe een framboos zo’n schoonheid tentoon kan spreiden. Het ontroert mij en ik word er zowaar ook vrolijk van. Zij is een rood lichtpuntje in een grijze wereld. Wat haar adembenemende schoonheid extra in het oog laat springen, is het verval dat om haar heen is ingezet. De stengel waaraan zij groeit begint al bruine vlekken te vertonen. De bladeren om haar heen hangen er verwelkt bij of zijn al lang opgegeten door rupsen. Maar zij houdt stand.

Het maakt mij onwaarschijnlijk nieuwsgierig. Hoe zou zij smaken? Valt zij nog te eten? Valt zij te plukken?  Misschien laat ik haar beter hangen.

Mijn hand beslist daar anders over. Ik reik naar haar, neem haar zachtjes vast tussen duim en wijsvinger en probeer haar heel voorzichtig van haar witte hart af te halen. Zij komt niet gewillig mee. Is dit een weerbarstige framboos? Ik laat mij niet uit het veld slaan door een framboos, dat nog net niet. Ik moet en zal haar over mijn tong laten rollen en haar sap in mijn mond proeven. Ik kan haar toch niet voor die gemene merels en de eksters laten?

Dus probeer ik haar nog eens los te trekken. Met iets meer kracht van duim en wijsvinger. En dan verander ik mijn greep, ik trek niet aan haar kegel, maar aan aan haar bolle bovenkant, met duim, wijsvinger en middenvinger als een kleine klauw om haar heen. Zij laat niet los. Onwaarschijnlijk hoe deze vrucht schijnbaar niet te plukken valt. Zij mag dan wel onbewogen aan haar stengel blijven hangen, zij zal van mij zijn. Deze ochtend nog. Ik doe nog een poging, duim en wijsvinger knijpend om haar kegel trek ik zo hard dat de hele plant meebuigt tot de framboos met een droge knap losschiet.

Tussen mijn vingers zit een pulpje, haar sap sijpelt triest in mijn hand, haar partikeltjes zijn vermorzeld. Ik kijk naar de kapotgeknepen vrucht en ergens rond mijn hart vormt zich een harde bol die plots naar boven schiet en hard tegen mijn strottenhoofd aan botst, dat doet pijn, tot tranen toe. Onwaarschijnlijk hoe ik schoonheid kan stukmaken.

 

© David Van Bambost

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s