Zweet

IMG_5591zij doet de oefening, werkt de training af

op het zuchtend tempo van haar adem

over het asfalt langs de beek

op het gejaagd kloppen van haar hart

over het grind van de dreef

op het drijvend ritme van de rolling stones

langs weiden en boerenvelden

spieren strak onder zwetend vel

de zon streelt haar gezicht

een glimlach in haar lijf

als zij de tijd heeft geklopt

en hij knielt voor haar

zijn koningin van de lange afstand

haar zweet is goud op zijn tong

David Van Bambost

www.eenzamehandschoen.com

Goeiemorgen 

IMG_3435In de inkomhal van het loftcomplex waar ik werk, hangt sinds kort een gigantische zwart-wit foto van de gekapseisde Herald of Free Enterprise.

Het is een mooie reportagefoto. Je ziet een deel van de zijkant van de Herald die boven het water uitsteekt. Er staan twee mannen op het schip. Een van hen gooit een touw naar iemand op een ander schip dat vlakbij ligt. Een meeuw zweeft voorbij.

Door het opblazen van de foto is het beeld vrij korrelig. Dat draagt bij tot de desolaatheid van de enorme metalen constructie in het grijze water van de Noordzee.

Het gooien van het touw doet in eerste instantie aan redding denken.  Maar dit is niet de reddingsoperatie. Dit is niet de scène waarin reddingwerkers verdwaasde, verkleumde, panische slachtoffers van boord halen en helikopters hun zoeklichten over het zwarte water laten glijden.

Dit is ook niet de tweede akte met de duikers die de opgezwollen lijken uit de buik van het schip halen.

Dit is het derde bedrijf waarin zilte werkmannen het wrak weghalen en de vaarroute vrijmaken. Geen menselijk drama maar koud en hard werk.

Ik wens de touwwerpende werkmensen elke ochtend een ‘Goeiemorgen’ en ga zelf vol goede moed aan de slag met in gedachten de mensen die vechten voor hun leven, beseffen dat ze onherroepelijk gevangen zitten in het schip en koud zullen verzuipen in het onwrikbare water.

 

Koffielosofie

IMG_5731Ik heb soms de vreemdste gedachten. Denk ik. Op de vreemdste momenten. Denk ik. In mijn vaste koffiehuis bijvoorbeeld, op woensdagochtend. Ik denk natuurlijk in de eerste plaats aan de 30°-was die ik straks zal draaien én ophangen omdat mijn vrouw mij dat heeft gevraagd. Als ik het niet vergeet. Ik denk ook aan het vijfde hoofdstuk van het boek dat ik al tien jaar schrijf, maar dat niemand leest. Over hoe angst een leven overneemt. Ik denk aan de vrouw van 43 die hard vocht, maar niet heeft gewonnen. En hoe oneerlijk dat is. Van die gedachte word ik triest. Het was veel te vroeg. Het is altijd veel te vroeg.

Ik denk wat een koffiefilosoof denkt over mensen die koffie drinken. Die bewust ongeschoren man met het warrige haar, een schrijver waarschijnlijk. In zijn ogen zie je de droom van minstens één bestseller, van roem, optredens en vertaald worden in 24 talen. Waaronder het Farsi. De vrouw met het haar in een dot, grote gouden oorbellen, een alleenstaande mama van 35 met twee kinderen en een huis dat bijna is afbetaald. Uit het drukke getyp op haar Macbook (met iets anders val je hier uit de toon) borrelen inspiratie en ambitie op.

Aan het tafeltje in de hoek verstopt een vrouw zich achter een verse muntthee, ze is alleen en staart in het oneindige, haar blik vol melancholie over een liefde die niet mag zijn. Je voelt de twijfel, de tristesse. Maar zij houdt de moed erin, gaat door, geeft niet op. Dan is er de oma, een karakterkop weggelopen uit een Vlaams boerenepos, die duidelijk een moeilijk gesprek voert met iemand die vermoedelijk haar dochter is. Zij strijkt voor de honderdste keer door haar zilveren haar. Een tic? Of wrijft zij haar ergernis weg? Mijn haar naar achter strijken, ik zou dat ook doen als ik ergens ergernis over voel. Het is een gebaar waarmee je ogenschijnlijk de ergernis achter je laat. Had ik maar haar.

Naast mij zitten twee vrouwen, allebei op dezelfde manier hip gekleed, een spiegel van elkaar. Zij swipen druk door interieurspullen op Pinterest. Eindeloos op zoek naar inspiratie. In elke swipe schuilt een beetje hoop, een beetje toekomst. Een moeder buigt zich over een krijsende kleuter in een buggy en troost hem met een Lotusspeculoosje en een pluchen poes uit Zweden. Dat is liefde.

Wat zien die mensen in de hartvormige schuimlaag op hun cappuccino? Wat hangt er in de lucht tussen de zinnen van hun schijnbaar luchtige gesprekken? Misschien vinden zij ooit het ultieme geluk, misschien gaan zij ten onder aan wanhoop. En ik, ik lepel het bodempje schuim uit mijn koffiekop, trek mijn jas aan en ga op pad. Op weg naar andere gedachten. Gewoon zorgen dat ik niet bevries, dan komt alles goed.

Framboos

IMG_5375Dit is een onwaarschijnlijk verhaal. Over een framboos. Een onwaarschijnlijke framboos. En over dingen stuk maken. Maar dat komt later. Eerst de framboos.

We schrijven 25 oktober, herfst, de zon voert wanhopig strijd met laaghangende mist, de vorst regeert bij nacht. En toch, en toch prijkt er aan de frambozenstruik die wild woekert in de border van ons stadsterras nog een framboos. Een prachtige framboos.

Zij hangt daar fier en machtig rood aan haar stengeltje. Dauwdruppels doen haar glanzen en benadrukken haar perfecte bouw. Het ene bolletje past perfect in het volgende bolletje en zo heeft zich een welhaast koninklijke kegel gevormd. Heel onwaarschijnlijk hoe een framboos zo’n schoonheid tentoon kan spreiden. Het ontroert mij en ik word er zowaar ook vrolijk van. Zij is een rood lichtpuntje in een grijze wereld. Wat haar adembenemende schoonheid extra in het oog laat springen, is het verval dat om haar heen is ingezet. De stengel waaraan zij groeit begint al bruine vlekken te vertonen. De bladeren om haar heen hangen er verwelkt bij of zijn al lang opgegeten door rupsen. Maar zij houdt stand.

Het maakt mij onwaarschijnlijk nieuwsgierig. Hoe zou zij smaken? Valt zij nog te eten? Valt zij te plukken?  Misschien laat ik haar beter hangen.

Mijn hand beslist daar anders over. Ik reik naar haar, neem haar zachtjes vast tussen duim en wijsvinger en probeer haar heel voorzichtig van haar witte hart af te halen. Zij komt niet gewillig mee. Is dit een weerbarstige framboos? Ik laat mij niet uit het veld slaan door een framboos, dat nog net niet. Ik moet en zal haar over mijn tong laten rollen en haar sap in mijn mond proeven. Ik kan haar toch niet voor die gemene merels en de eksters laten?

Dus probeer ik haar nog eens los te trekken. Met iets meer kracht van duim en wijsvinger. En dan verander ik mijn greep, ik trek niet aan haar kegel, maar aan aan haar bolle bovenkant, met duim, wijsvinger en middenvinger als een kleine klauw om haar heen. Zij laat niet los. Onwaarschijnlijk hoe deze vrucht schijnbaar niet te plukken valt. Zij mag dan wel onbewogen aan haar stengel blijven hangen, zij zal van mij zijn. Deze ochtend nog. Ik doe nog een poging, duim en wijsvinger knijpend om haar kegel trek ik zo hard dat de hele plant meebuigt tot de framboos met een droge knap losschiet.

Tussen mijn vingers zit een pulpje, haar sap sijpelt triest in mijn hand, haar partikeltjes zijn vermorzeld. Ik kijk naar de kapotgeknepen vrucht en ergens rond mijn hart vormt zich een harde bol die plots naar boven schiet en hard tegen mijn strottenhoofd aan botst, dat doet pijn, tot tranen toe. Onwaarschijnlijk hoe ik schoonheid kan stukmaken.

 

© David Van Bambost

Vogelen

IMG_4630Ik durf wel eens met het hoofd in de nek naar het zwerk turen om te raden wat daar zoal rondfladdert. Veronderstel in mij geen volleerd ornitholoog, maar een eenvoudige mens met bewondering voor het vlieg- en stuntwerk van onze gevederde vrienden. De boerenzwaluw die als een vinnig jachtvliegtuigje achter insecten aanjaagt. Twee kauwen die elkaar hoog in de lucht de duvel aandoen om hun territoriumdrift te bevredigen en daarbij krijsend met de poten in elkaar haken. De simpele duif die van een flatgebouw naar een boom zweeft. De meeuwen die spelen met de thermiek langs de wolkenkrabbers aan de kust en met één vleugelslag tientallen meters ver zeilen. Ik zou er zowaar lyrisch van worden, mocht ik niet stevig met beide voeten op de grond staan.

Op een laatzomerse herfstavond zit ik naar een duif te staren die op het dak van ons huis is geland. Pseudofilosofisch merk ik tegen mijn dochter van tien op dat vogels toch eigenlijk wel machtiger wezens zijn dan mensen zoals zij zich zonder veel poeha en zonder kerosine van de grond verheffen om vervolgens op de nok van het dak te gaan zitten balanceren. Hun blik op het aards bestaan is er een van overzicht, terwijl wij met onze kop in de grond lopen. Zij hebben de vrijheid om te vliegen en te landen waar zij dat willen, ontheven van verbintenissen en verplichtingen. Hoe zouden wij zijn, mochten wij vliegen kunnen?
Mijn dochter van tien beaamt mijn bewondering en vraagt zich in één moeite af hoe die beesten dat toch doen zo zonder hersenen.

Zonder hersenen? vraag ik verwonderd.
Ha ja, vogels hebben toch geen hersens?

De volgende gezinsuitstap gaat dus richting Het Zwin. Het is de zoveelste laatste mooie dag van deze zomerherfst. In het natuurreservaat zijn er meer mensen dan vogels. We bevinden ons in het gezelschap van zondagse wandelaars, zo uit een Knokse boetiek weggelopen, recht de Zwinvlakte op. Dit volkje let goed op de dure designerlaarzen niet te bevuilen met het slijk van schorren en slikken. Noblesse oblige. Evengoed lopen er lieden rond in camouflagekleuren, zij gaan op in het decor. Speurend naar tureluur, grauwe gans en veldleeuwerik zijn zij te herkennen aan warrige baard en haartooi, blote voeten in sandalen en een kanon van een verrekijker op statief. Ik benijd hen wel een beetje, zij die een kleine mantelmeeuw, grote mantelmeeuw, drieteenmeeuw en zilvermeeuw, al dan niet juveniel, in winter- of zomerkleed van elkaar kunnen onderscheiden. Het is een hele kunst, maar ach, een mens kan niet alles weten en kunnen.

Waarom moeten we naar Het Zwin?, zeurt de zoon van twaalf, Ik wil naar zee.
Op die leeftijd weet je niet of het gezeur een échte verzuchting is of enkel een pose, een soort stoerdoenerij. Tegenspreken om tegen te spreken.
Het Zwin ís aan zee.
Pff, op tien kilometer afstand.
Dat is zeker geen tien kilometer. Kom we gaan eens in die kijkhut kijken.
Goh, die schiet ik zo kapot met de laserkanonnen van mijn AT-AT walker.
Zucht. Kijk een kluut, of is het een wulp?

Hangt ervan af hoe zijn bek krult, merkt de mama op. Zij heeft een punt, zoals steeds.

Daar, die betonnen kijkhut is ideaal voor street runners. Mag ik er op klimmen?
Nee, je mag er niet op klimmen. Daar, een witte reiger.

Mijn voeten doen pijn, zeurt dochter van tien. Zij weet ondertussen dat vogels wél hersenen hebben en ook hoe een ei wordt gemaakt en dat er zoiets als de vogeltrek is. Aan de basis van haar gezeur ligt wel degelijk een probleem, namelijk nieuwe bottines. Al kan het ook deels psychosomatisch zijn. Wij weten dat we er beter niet op ingaan, want zij durft te reageren met een pathetiek die zij imiteert van hysterische jonge wichten in televisieseries op Disney Channel. Dat soort toestanden vermijdt een mens liever op een zonnige herfstdag midden in de natuur.

We vlijen ons neer tussen lamsoor en klein schorrenkruid, met de najaarszon op ons gezicht. een spriet kweldergras kriebelt in mijn neus. De kinderen bouwen met platte stenen een ponton van slik  naar slik. En plots kan het mij geen barst meer schelen of hun schoenen straks vol slijk hangen, of zij iets opsteken van mijn pedagogisch gepreek, of zij het hier naar hun zin hebben of niet. Laat maar waaien, de zon schijnt, aan de hemel drijven schapenwolkjes voorbij en daartussen zweven majestueuze meeuwen. Geelpootmeeuwen. Of zilvermeeuwen. Of de kleine mantelmeeuw. In zomerkleed of al in winterkleed. Dat wil ik kwijt zijn.

 

© David Van Bambost

Gaat het?

IMG_5374Je hoort het tikken van typemachines. Twaalf typemachines waarvan de hamertjes weifelend en haperend tegen de rol slaan. In elke aanslag klinkt onzekerheid door, behalve dan bij de primussen van de klas. Zij die later naar 300 aanslagen per minuut gaan met een nauwkeurigheid van 98%. Het getik en getak echoot in het holle klaslokaal. Vandaag de dag zouden leerlingen verplicht oordopjes moeten dragen vanuit ergo-edu-preventief oogpunt. Wij gaan naar het volgende lesuur met een licht oorsuizen en sluipende hoofdpijn.

Maar goed, daar zitten we dan te klooien van ghghghghghgh fghjfghjfghj iklmiklmiklm enzovoort. Ondertussen sluipt hij door de klas, strak in het driedelige grijze pak, het haar glanzend achterover geplooid met glanzende Brylcreem, het zware montuur streng op de neus. Hij zegt doorgaans niks, geeft geen instructies, brengt de dag door met waken en bewaken. Er zijn meer mensen zoals hij, grijze muizen met een grijs bestaan.

Het zijn de rubberzolen die het hem doen. Je hoort hem niet komen.

Voor iemand als ik, met beperkte motorische capaciteiten, is het een echte uitdaging om telkens weer de juiste toetsen te raken. De q, de a, de m en de p vormen de grootste moeilijkheid. Mijn pink schiet telkens tussen de knopjes. Door te weinig kracht verschijnt er niks op het blad. Of de verkeerde letter. Correctieblaadjes zijn verboden. Streng verboden. Fout blijft fout. Ga daar maar eens aanstaan.

Het is verplichte wekelijkse kost, twee uur blind typen met tien vingers. De toetsen zijn niet afgedekt met klevertjes, maar met een houten bakje – vakwerk van de richting Houtbewerking – dat over het klavier wordt geplaatst.

azertyuiop azertyuiop qmqmqmqmqmqmqm tftftftf jujujujuju kikikikiki kidekidekidekide

Ik staar naar de vreemde lettercombinaties op het opgaveblad en hamer erop los. Iets zegt mij dat deze letterreeksen een betekenis kunnen hebben. Zit de geheime dienst erachter, is dit close encounters of the third kind? Het slorpt mij helemaal op. Alles beter dan te weten waar je werkelijk bent.

Ik heb hem niet horen aankomen. Ik heb het ook niet zien aankomen dat hij plots achter mij staat en luid vlakbij mijn oor snerpt CONcentreren! Ik krijg een halve hartstilstand, mijn lichaam schiet omhoog in een spasme, mijn knie knalt tegen het tafelblad en een ongecontroleerde beweging vanuit de polsen lanceert het houten bakje naar de andere kant van het lokaal. De hele klas gaat plat.

Geamuseerd vraagt hij ‘Gaat het?’

De hamertjes zitten onlosmakelijk in elkaar gehaakt. Op het blad prijkt een zwarte lettervlek. Fout is fout.

© David Van Bambost